Carel Willink

Carel Willink

Statig, raadselachtig, elegant en de wereld op een afstand, Carel Willink (1900-1983) is de koele grootmeester van het neorealisme. Vanaf zijn dertigste groeide zijn reputatie als weergaloos schilder van monumentale, architectonische decors en onheilspellende luchtlandschappen. De verbeeldende realiteit.

Al op jonge leeftijd kwam Carel Willink in contact met de schilderkunst. Zijn vader was naast automonteur (uniek in die tijd) amateurschilder en stimuleerde zijn zoon om ook te gaan schilderen. Nadat hij tijdens zijn studie bouwkunde en medicijnen zijn draai niet kon vinden, is Carel Willink vertrokken naar Berlijn om kunstschilder te worden.

Plan uw bezoek

De jonge kunstenaar

Tijdens zijn studie aan de Internationale Vrije Academie in Berlijn experimenteert Carel Willink met verschillende moderne stijlen. Al snel raakte hij onder de indruk van het expressionisme van de Duitse George Grosz, wat ook terug te zien is in zijn werk.
Hij speelde met schaduwen en klassieke elementen.

Door veel te experimenteren, ontwikkelde Carel Willink zijn eigen stijl. Geïnspireerd door de Italiaanse schilder Giorgio de Chirico, creëerde Willink verlaten straten, pleinen en parken die Willinks eigen ‘handelsmerk’ werden. Maar hij wilde meer: uitblinken in precisie en technische perfectie. Hij legde een enorme ambitie – en geduld – aan de dag. Hij bestudeerde Oude Meesters uit de 16e en 17e eeuw die hij bewonderde, zoals Holbein en Vermeer. Rembrandt kon hem minder bekoren, zijn werk ‘rook te veel naar zweet en bloed’.

Ziener van de kunst

Willink hield van koel. Vrouwelijk naakt is bij hem nooit erotisch maar altijd esthetisch. Misschien wel intellectueel. Al hielp ‘intellect’ niet bij schilderen, meende hij. ”Als je schildert zit je geest in de punt van je penseel”. Maar Willink had ook humor en is weleens omschreven als een ‘geamuseerd pessimist’. Het lijkt bijna alsof hij een gave had in het voorspellen van historische gebeurtenissen. Want voorspelde hij met zijn apocalyptische schilderijen uit de ‘bange jaren ‘30’ het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog? De dreigende sfeer op het doek schreeuwt het bijna. Willink werd na de oorlog met terugwerkende kracht vaak beschouwd als een soort ziener.

Koude concentratie

Willink bleef in de jaren ’50 en daarna stijlvast doorschilderen.
Het grote publiek bleef hem bewonderen, captains of industry en societyfiguren vroegen hem als hun portrettist. Zo schilderde hij portretten van biermagnaat Freddy Heineken en koningin Juliana.

Schilderen was volgens hem een zaak van ‘koude concentratie’.
De uitdaging zat hem in nieuw licht werpen op de werkelijkheid. Schaken met vervreemdende elementen. In Willinks schilderijen verschenen exotische dieren, zoals zebra’s, lama’s en miereneters. En hij haalde de moderne tijd zijn eigen universum binnen, met kerncentrales en atoomexplosies. Die combineerde hij met verwoeste tempels geruïneerde standbeelden. Nog altijd dreigde de teloorgang van onze beschaving in de wereld volgens Willink. Maar de essentie van zijn kunst had geen politieke of maatschappelijke boodschap: “De kern van mijn werk is een dodelijke verliefdheid op de realiteit”.

Museum MORE | Kasteel Ruurlo - Zebra's in rood rotslandschap, 1958 - copyright Sylvia Willink-Quiël