Nationale
Museumweek 2020

Dit jaar vieren we 75 jaar vrijheid. Ook tijdens de Nationale Museumweek, die dit jaar volledig digitaal gaat, staan we stil bij de Tweede Wereldoorlog. Het pronkstuk van Museum MORE dit jaar is 'Statue bij Lustslot', een van de werken uit het onheilszwangere oeuvre van Carel Willink.

Vanaf de ‘bange jaren ’30’ raakte Willinks schilderkunst doordrenkt van een atmosferische dreiging, die ook na het einde van de oorlog nooit echt uit zijn werk zou verdwijnen.

Carel Willink (1900-1983) is de koele grootmeester van het neorealisme. In Kasteel Ruurlo zijn ruim 35 werken van deze meesterschilder te zien. Hij staat bekend om zijn monumentale, architectonische decors en onheilspellende luchtlandschappen.

Ook interessant:

Carel Willink (1900-1983) werd na 1945 vaak met terugwerkende kracht beschouwd als een soort ziener. Iemand die misschien de opkomst van de nazi’s voorvoeld had. Een kunstenaar met voorspellende gaven. Willink zou hierom gelachen hebben, naar het schijnt.

Carel Willink | Statue bij lustslot | 1935 | collectie Museum MORE | © Sylvia Willink c/o Pictoright

Imaginair of fantastisch realisme

Hij dichtte zichzelf geen enkel ‘magisch vermogen’ toe. Ook niet waar het zijn kunst betrof. Hij was geen magisch realist, hij bedreef, in zijn eigen woorden, imaginair of fantastisch realisme. Vanaf zijn dertigste groeide Willinks faam als weergaloos schilder van raadselachtige voorstellingen, architectonische decors en onheilspellende wolkenluchten.

Zijn haast apocalyptische schilderijen zijn dan misschien niet de uiting van een visionaire geest, wel had Willink een fascinatie voor het gedachtegoed van de Duitse cultuurfilosoof Oswald Spengler. En werd de kunstenaar beïnvloed door diens bestseller De Ondergang van het Avondland (1918-1922), een ambitieus opgezet boek dat de volledige wereldgeschiedenis poogt te duiden en waarin de schrijver alle culturen beschouwd als superorganismen met een ‘beperkte levensduur’. Een samenleving kon nog zo ‘sterk’ lijken, zij zou altijd gedoemd zijn tot ineenstorting.

Gedoemd
tot ineenstorting


Station Friedrichstrasse in Berlijn ca 1915

Bovendien had de jonge Willink zélf de sfeer geproefd van het ‘schizofrene’ Berlijn. In 1920, de Eerste Wereldoorlog smeulde nog na, reisde hij naar Duitsland om aan zijn kunstenaarsloopbaan te beginnen. “Ik was een fris ventje met een ontvankelijk zieltje dat in Berlijn arriveerde. Ik was op goed geluk uitgestapt op station Friedrichstrasse. Niets wist ik van het bruisende leven in de metropool. Die jaren waren in Duitsland de tijd van de grote armoede, de inflatie dreef de mensen tot wanhoop en zelfmoord”.

Thema’s als ‘Vooruitgang brengt verval’ en ‘De westerse beschaving is stervende’ lijken dan ook zichtbaar in onder meer Willinks topstuk Statue bij lustslot. Dit schilderij uit 1935 ádemt ondergang. Evenals veel andere en latere werken van Willink. Oude bouwwerken, klassieke standbeelden, altijd zijn ze vervuild, beschadigd en bemost. Voor de suggestie van sleets gesteente en marmer maakte Willink virtuoos gebruik van kleine paletmesjes.

Om kleuren te mengen die niet in tubes verkrijgbaar waren, legde hij een grote voorraad pigmenten aan die hij door bestaande verf uit tubes mengde. Zijn recepten hield hij bij in een speciaal schriftje. Vanaf het dak van zijn woning met atelier aan de Ruysdaelkade in Amsterdam, fotografeerde hij ‘schuivende luchten’ die hij verwerkte in zijn schilderijen met omineuze wolkpartijen.

Carel Willink | Statue bij lustslot | 1935 | collectie Museum MORE ©Ms Sylvia Willink-Pictoright

Carel Willink | Landschap met zeven beelden | 1941 | collectie Museum MORE ©Ms Sylvia Willink - Pictoright

En dan is er toch opeens Landschap met zeven beelden. Willink schilderde het werk in 1941, de Tweede Wereldoorlog was in volle gang. Een lichtblauw firmament, schijnbaar sereen. Twee prominente rijen sculpturen, in een grote leegte. Een glimp van een stad op de achtergrond. Geen zwaar, grijs onweer op komst. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Of toch? Willink schreef later: ”Een zonnig landschap, eertijds symbool voor pastorale vredigheid, kan een onverdraaglijke dreiging vormen”.

Tijdens de bezettingsjaren kon Willink nauwelijks rondkomen. Om toch in zijn levensbehoeften te voorzien begon Willink met het maken van portretten in opdracht. Hierdoor zou hij na de oorlog uitgroeien tot Nederlands beroemdste en duurst betaalde society-portrettist. Hoogwaardigheidsbekleders en captains of industry beeldde hij statig af. Maar vaak ontkwamen ze niet aan een stemmige, duistere hemel achter zich.

Ook in zijn vrije werk verdween de dreiging eigenlijk nooit. Willinks titelkeuze “Het einde der wereld” voor een schilderij dat hij maakte in 1963 is veelzeggend. En zo laat Willink in 1971 parachutisten in een duizelingwekkende val neerstorten op een berg met schedels en autowrakken. Vervreemdend, maar zeker niet troosteloos. Misschien de reden dat Willink ook weleens omschreven is als een ‘geamuseerd pessimist’.

Carel Willink | parachutisten | 1971 | collectie Museum MORE ©Ms Sylvia Willink-Pictoright

Ontdek het oeuvre
van Carel Willink